Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ja," zegt ze, blij bijna, nu alles zoo goed gaat, „ja.... goed. Wie?"

En andermaal is er de gruwelijke schrik van het niet herkennen.

Visite.

Het is Oma, die dit woord gesproken heeft. Een vreemd, onmetelijk woord Vi... .si... .te ... . Heel dicht op je. Plotseling uit het effene der nevelen naar voren gedrongen .... heel dicht op je ... . boven op je ... . en ondoordringbaar zwart. Vi ... .si ... .te ... . Ondergang .... dit is de ondergang. Nu zal het je verzwelgen, het vormloos zwarte, nameloos ontzettende.

Een moment van doodsangst en dan het herkennen. Niemand merkt ooit iets. Dat oogenblik van doodsangst, dat eeuwigheden scheen te duren, is niet langer geweest dan een seconde.

Visite : de mosgroene japon zal ze aantrekken .... de hoed met de zwarte struisveer .... het lange, zwarte bont. Natuurlijk .... hoe gewoon toch. Duizendmaal ging je op visite. Wat was het, dat Oma gezegd heeft ? O ja, dat ze het rijtuig besteld heeft met Bruin en je af wil komen halen. Visite. Het gaat altijd weer goed, maar het blijft précair en het is, of deze spanning haar wangen en slapen uitholt.

En achter dit nevelgebied, waar elk ding grillig, sluw, onberekenbaar is als een vijand in hinderlaag, is de zachte vertrouwelijkheid van de droomwereld.

Het parelgrijs Parijs .... hoe reëel is het geworden ....

Sluiten