Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beurd of het zal gebeuren. Soms heb ik het gevoel, dat iets me uit het water aanstaart.... iets levends. Het maakt me bang en ik kan er toch niet van weggaan. Zoo'n wonderlijk gevoel, of je weet datje droomt en toch niet wakker kunt worden. —

Ze weet van den man niet de woorden, maar ze kent zijn glimlach, zijn oogen, zijn handen. Ze kent zijn lichaam, dat het hare omvat. En er is de vertrouwelijkheid, want in de diepte van zijn oogen ziet ze haar eigen droomen langs glijden, vreemde en stille kinderen. Dat is genoeg.

— Daarginds in den tuin bij het water bloeien de sneeuwklokjes. Ze zijn wit.... zoo wit. —

In haar droom krijgt het woord „wit" een bijzondere beteekenis. Het is veel intenser dan in het andere leven. Het is het blanke, prille, teedere. De lieflijkheid, die de booze zwarte aarde goed maakt.

— Ze zijn zoo wit, de sneeuwklokjes. Zal ik ze voor je plukken, liefste? —

Als ze later de sneeuwklokjes plukken gaat, is ze nog de andere vrouw. Ze is niet teruggekeerd. Ze gaat door den tuin als het kleine meisje door het betooverde bosch. Ze zou bang zijn, als ze hem niet zoo lief had. Nu plukt ze vreugdig de witte bloemetjes voor hem. Klaar en sereen en strak gespannen is in haar een gevoel van heiligheid en nog altijd heeft het woord „wit" dat intense, veelzeggende.

De andere vrouw plukt de sneeuwwitte klokjes, die trillen in den luwen voorjaarswind. Ze zullen in de hooge,

Sluiten