Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wanneer in deze jaren Gerard Berkhof van rechtbank of kantoor of 's namiddags van de sociëteit terugkeerde naar zijn huis .... wanneer hij het dan breed en landelijk zag liggen in de laagte .... dan kwam er een gevoel van onlust over hem. Het huis zag er op de een of andere manier verwaarloosd uit. Hij wist niet, waar het in lag. Het was goed geverfd. Het koperwerk blonk zooals het behoorde. De witte gordijnen omlijstten symmetrisch de donkere spelonken der ramen. Het huis was als alle andere huizen .... en toch ....

En de tuin scheen in dit ondefiniëerbaar „toch anders zijn" met het huis gemeene zaak te maken.

Effen, fluweelig diepgroen spreidde zich 's zomers het ovale grasgazon. In het midden stond een stellage van glanzig-gladde berkenstammen .... een bloemenstandaard .... waarin jaar op jaar roode geraniums en blauwe lobelia's en bontbladerige hangplanten werden gepoot. Andere bloemen bloeiden er niet in dezen schaduwigen voortuin, die beneden het oppervlak der aarde gezonken scheen.

— Nee —, corrigeerde Gerard Berkhof zijn eersten indruk na deze dagelijksche kritische taxatie van zijn bezittingen, — nee, verwaarloosd is toch het woord niet. Wat voor den drommel is het dan ? Het ziet eruit of... . of... . —

Het juiste woord vond hij nooit.

Het leek wel, of het huis in de volheid van zijn plechtige, sombere statie door de bewoners verlaten was en

Sluiten