Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

glijden over de houten beschoeiing. Nu vaartwel dan, sprak ze eindelijk. Het is de oneindigheid. Op dezen maatslag kun je mee verglijden in het niet.... als je maar los durft laten.

Dagen lang .... dagen lang .... dagen lang sneeuwt het in je. Het is een beetje, alsof je bloedt.... wegvloeit .... maar minder lichamelijk. Het is niet naar.

De kristaltoon klinkt op ... . klokketoon .... sneeuwklokketoon .... het gansche leven versmolten tot één toon .... het wit geworden leven, waar je doorheen kunt zien tot aan het einde toe. Geef me je hand liefste. Buig je hand om me heen. Ik ben de kleine vogel. Warm mijn lijf met je hand. Laat me erin zitten. Zoo is het goed. Laten we slapen gaan in de sneeuw. —

Zoo is het geweest: blanke, stille, zwaartelooze dagen. En dan toch de terugkeer.

O niet, als toen je nog verlangde in den herfstwind over de kade te loopen met om je heen de ritseling der gele bladeren. Niet, als toen je nog verlangde snel, met een vaart, de trappen op te rennen en de wereld wijd te zien.

Het is niet meer je van jeugd tintelend lichaam, dat van het leven niet laten kan. Je lichaam is zoo moe en oud. Iedere beweging is een te veel. Je lichaam zou wel vredig sterven willen nu.

Maar er komt een oogenblik, dat je geest de droomflarden probeert te grijpen. Je houdt vast.... dit en dat.... een moeizaam arbeiden is het.... maar er komt ordening in den chaos.

Sluiten