Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De handen de glimlach het licht het

zijn geen afzonderlijkheden meer.

En op een dag op een morgen hervind je

je droomliefste. Je hervindt de hooge kamer in het

parelgrijs Parijs. Hij is daar. Je glimlacht hem toe

innerlijk glimlach je, al is je mond voor glimlachen

te moe.

En dan is het niet meer mogelijk los te laten. — Nu vaartwel dan, sprak ze eindelijk — de maatslag, waarop de lichtgolfjes glijden langs de houten beschoeiing langs je heen, weg in de oneindigheid .... in het niet,

waaruit ze zijn gekomen.

Je kunt niet meer wegglijden met de golfjes mee, want als je weg was, zou ook je droom verloren zijn. Je wilt je droom niet laten verloren gaan. Je wilt verder leven, om je droom te behouden.

Nu is er dagelijks de wil, om den volgenden dag verder te droomen. Je kunt niet meer sterven. Alleen je lichaam, dat niets meer verlangt, blijft apathisch.

Het is, of je het achter je aan moet sleepen dag in

dag uit dien last moet sleepen. Daarom ben je ook zoo moe. Daarom wil je liefst maar liggen blijven. En daarom is het wel goed, dat beneden Johanna het sloome huishouden drilt tot een vlot marschtempo.

* *

*

Maar de dag komt, dat ze het naar beneden gaan niet

Sluiten