Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Nee, ik verlang niet, dat het dichterbij zal komen. Geef me je hand, liefste. Laat me je hand vasthouden.

Het is zoo goed. —

De glimlach.... wij .... ons.... en de nabije

horizon. Eén schrede en je zou verloren gaan in

het wijde blauw. Je zou zijn aangekomen en tegelijk gestorven. Je wilt die eene schrede niet doen.

Het is goed hier te liggen, hoe vredig en goed .... deze liefde .... deze teederheid .... het laatste. Want tot aan je venster is de blauwe horizon genaderd. De wereld is weggevallen. Eén schrede nog en je zou een atoom van blauw zijn in het mateloos blauwe.

Nog niet. Houd mijn hand vast liefste. Een dag .... een dag .... nog weer een dag. Hoe zacht is de kus van je mond op den mijnen. Wat zijn je lippen rood! Lief? De mijne zijn niet rood meer.

Hier zullen we blijven aan den rand van het betooverde bosch. Heb ik je wel eens verteld van Minette en Pompadour, die uitgingen om de blauwe bosschen te zoeken?

Als ze dan eindelijk het naar beneden gaan niet meer verschuiven kan, is het of ze met lichaam en ziel, als een vuist, zich balt om den droom. Het is voorjaar geworden. Ook de jonge kastanjeblaadjes ballen zich als kleine vuisten. Ze willen in deze gure wereld nog niet open gaan. Het is, of ze ook een droom behoeden. Ze zijn een en al verweer.

Ook Stance is een en al verweer tegen het kille leven,

De Blauwe Horizon

Sluiten