Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoo jong en teer en donzig zacht te zien, dan ze gelaten zich te zien neerleggen om te sterven in den herfst. Geboren worden is treuriger dan sterven.

De zomer .... ergens de groene schemer van een lagen tuin en strakke, booze oogen van begoniabloemen, die ze eens gevreesd heeft. Nu is het zeer ver weg. Een schaduw, die soms even glijdt langs de bloemkelkwanden. — Nu vaartwel dan, sprak ze eindelijk — de lichtgolfjes, maar ze verlangt niet meer los te laten en op hun maatslag meegevoerd te worden in de oneindigheid .... in het niet.... het onbegrensde.

De herfst.... stormwinden, die hoog over haar heen waaien, maar om haar blijft de stilte. Hoor je den wind in de boomkruinen? Hoor je hun hevig lied? Ik weet het laatste accoord. Daarom kan ik nu zoo rustig zijn en enkel maar je hand vasthouden.

Nu moet er weer een kind komen.

Ze neemt het portret van oom Emile uit den koffer en kijkt lang in het jonge, smartelijke gezicht. Het verschrikt haar bijna, dat het zoo anders is dan het gezicht van den man uit haar droom.

— Maar dat was vroeger —, zegt ze dan hardop. Zacht legt ze het portret weer terug. Ze heeft dit jonge gezicht niet meer noodig, maar ze voelt er een diepe verteedering voor. Het is immers „hij" van vroeger.

En als ze dan weer zit op den rieten stoel, de voeten op de stoof, en de naald met den kleurigen draad gaat op en neer door de zwarte zij van de stof, waarop nu

Sluiten