Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mocht niet koud worden. Ze moest het sokjes aan de bloote voetjes doen. —

Het kind liet doezelig met zich gebeuren.

Nu daalde ze de trap af, het witte bundeltje in haar armen. Het huis was stil. Alleen Antje, die in de keuken de tallooze coupletten van „De drie ruitertjes" afzong.

Nachtelijk hing de duisternis onder de zware boomen in den tuin. Ze voelde het slapende kind warm tegen zich aan. Het mocht vooral niet koud worden. Ze wikkelde het nog vaster in de wollen cape In haar eene hand hield ze de beide voetjes, die telkens krampachtig bewogen als de klauwtjes van een poes. Wat klein en stil was ze toch .... het meisje .... Constance Emilie.

In de duistere boomkruinen ritselde het nog aldoor bedrijvig, alsof de kleine bladen steeds nog gehaast met hun toilet doende waren.

Daar .... lichtend en strak ... de begoniabloemen. Ze had niet willen kijken. Ze had het toch moeten doen.

En met een feilen, scherpen schrik zag ze nu eensklaps in hun starre, strakke kijken het weten. Ze wisten zij wisten .... zij hadden geweten, dat ze hier langs moest komen.

Verder dan dit „ze weten" gingen haar gedachten niet. Slechts dat het alles uitkwam, slechts dat het nu dus werkelijk waar was, omdat immers de begoniabloemen geweten hadden. Dus had ze onmogelijk anders kunnen gaan. Dus kon ze enkel nog den eenen weg ten einde loopen.

Gejaagd liep ze voort door de gladde geulen der paden.

Sluiten