Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dicht langs haar, een groot zacht beest. Sterker wordt de lichtglans op het zwarte water. Nu is de maan boven de donkere boomkruinen te voorschijn gegleden.

En op het moment, dat ze opkijkt in het maangezicht, ondergaat ze fel en verlammend den schrik. Ook de maan weet.

Groot en rond en bleek is de maan, maar hij lijkt niets op den vriendelijken, chineeschen toovenaar, dien ze vroeger heeft gekend. Vanuit een rossen kring staart deze maan haar kil en onbewogen aan .... een groot boos oog, dat weet.

De schrik is zoo fel, dat ze bijna bezwijmt. Allen allen weten ze. Nu is ook geen ontkomen mogelijk. Nu moet ze verder gaan, dien eenen weg. Ze weten, dat het zal gebeuren. Dus kan het ook niet niét gebeuren.

Hét.... ontzaglijk, vervaarlijk, dreigend groot, dit eene woord .... Hét.

Maar het kan toch dat ze zich vergist heeft. Misschien is de maan toch de chineesche toovenaar. Dan kan alles nog een vergissing zijn .... waanzin.

Het kind .... het ligt zoo stil. Als het begon te schreien zou ze niet verder kunnen gaan. Dan zou ze het moeten sussen en troosten en in de wieg leggen. Maar het schreit niet.

De golfjes .... bleek-blauw-zilverig glanzende golfjes. Vele glinsteringen van een onherroepelijk weten, dat op den bodem van dit water verzonken ligt.

— Nu vaartwel dan, sprak ze eindelijk — De woorden op wier maatval je weg kunt glijden in het niet. Maar

Sluiten