Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bleef de schoolse leer in strijd met het beschaafde taalgebruik van noord en zuid: „De kinderlijke goede kerel, waarnaar zij telkens terugkeerde”. „Zijn vroegere geloofsgenoten, waaronder hij vrienden en verwanten heeft”.

Veel fijner en minder grijpbaar zijn de klassifikatie-schakeringen, die door zij : ze, hem : ’m, zijn : z’n, haar : ’r en dgl. meer worden uitgedrukt. Alhoewel de volbetoonde vormen, zo niet uitsluitend dan toch voornamelik op personen en gepersonifieerden slaan, wordt in de meeste geschriften dit fijnere taalverschil veelal verwaarloosd, vanwege de ‘taalkultuur’! Laat me hier even het woord aan C. Scharten afstaan: „Men zal, verder speurend, nog opletten, hoe, wie smaak heeft, de op voorwerpsnamen betrekking hebbende vormen hij en zij, zijn en haar, zoodra die niet geheel vanzelf zich aanbieden, intuïtief vermijdt door eene andere stelling zijner volzinnen; of hij neemt, voor zoover zijn stijlgevoel dit op die plek gedoogt, zijn toevlucht tot de minder als mannelijk zich gelden doende vormen ie, ’m en z’n; graag zal hij echter die aanwenden als persoonlijk voornaamwoord, en het bezittelijke door het lidwoord vervangen”.

Men neme stijl en formulering voor wat ze zijn, Scharten’s opmerkingen zijn in alle geval zeer juist. Niet alleen kunnen de (volbetoonde) personalia en possessiva te „persoon”-lik aandoen, veel bezittelike voornaamwoorden zou men overtollig kunnen noemen: „De vrijheid is voor de Fransman zijn (lees: ’t) dierbaarste en kostbaarste bezit”. „Over het algemeen schijnt de liefde voor deze beweging zijn (= haar, lees: de) aanhangers gevoelloos te maken voor de meest grove belediging”. Goede stilisten zullen intuïtief „onnederlandse” pronomina vermijden: „Om ons van richting in den stijl een idee te vormen, behoeven we slechts den impressionistischen te beschouwen, in verband met den stijl voor en na hem”. Men leze bijv.: daarvoor en daarna; of beter bijv.: met de

Sluiten