Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stijl die eraan voorafging en erop volgde. En zo zijn er nog meer-pronominale problemen en probleempjes, waarvoor wij naar de boven aangehaalde brochure mogen verwijzen.

Taalsoorten en grammatika.

Wanneer wij tenslotte de vraag stellen, of men alle spraakgebruik zonder meer bij zijn schrijven mag volgen, dan luidt ons antwoord vanzelf.: Er is ook onbeschaafd taalgebruik. Beperken wij ons evenwel tot de beschaafde taal, dan heeft de Staatskommissie van 1916 het antwoord reeds afdoende gegeven „In de keuze van het geslacht voor de persoonlijke en bezittelijke voornaamwoorden van den 3den persoon richt men zich bij het schrijven naar het spreken in dezelfde omstandighede n”.

Ook in de beschaafde taal bestaan verschillende lagen en kringen. Het spraakgebruik van de ene laag, de ene kring is niet identiek met dat van andere lagen en kringen. De schoolse onnederlandse leer moge dan in bepaalde taalsferen dieper zijn doorgedrongen, er zijn andere taalkringen die zich meer of geheel vrij wisten te houden van grammatiese onnatuur en onnederlandse fiktie. Slechts de kunstmatige onderscheiding hun : hen is in het schrijfgebruik vrij algemeen geworden en gebleven, al zijn de fouten hiertegen (ook bij goede schrijvers) vanzelf legio. Wie daarom overal hun zou bezigen, staat op hechte nederlandse bodem. Toch willen wij dit exclusivisme niet zo maar aanbevelen, en allerminst voorschrijven.

Ook in zake pronomina moet men iets kunnen overlaten aan de goede smaak en het open inzicht van de taaldocenten.

P. GERLACH ROYEN O.F.M.

Sluiten