Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PROLOOG.

Nieuw leven trilt door heel de schepping heen. Er is geen dood: slechts ingeslapen krachten En die voor ’t eerst op het ontwaken wachten. Nu komt de lente en wat gestorven scheen Breekt uit aan tak en twijg, in bloem en blad.

Het staat uit d’aarde op het zonlicht tegen.

Zoo was de morgen, toen de ziel de zegen

Van ’t eerste Paasfeest voor de eeuwen had.

Bang was de zwarte nacht rondom het kruis.

Een ganse wereld scheen verloren en verlaten. De aarde was alleen voor hen, die haten.

Die Christus minden, zwierven zonder thuis, Totdat de eersten ’t zochten bij het graf En vonden ’t leeg. Toen is Hij hun verrezen Zo ongerept en waar, dat heel hun wezen Als kind van God zich aan den Meester gaf.

Er is geen dood, sinds Hij is opgestaan,

In Wien de mensheid werd opnieuw geboren.

Waar ooit de ziel Zijn stem vermag te horen,

Die wakker roept, daar breekt haar lente aan. Dan staat zij met Hem op en overal Wordt zij omvangen door het jonge leven.

O, wondre macht door God in Hem gegeven,

Die liefde was en is en wezen zal.

Sluiten