Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zo trokken langs mij naar het vreselijke doel Ter dood gedoemden. En geen menselijk gevoel Leefd’ in het hart van die hen begeleiden. Geen,

Die om hen schreide. Alles was zo wreed en hard. Ik zag den eerste gaan met een verstarde blik.

Ik zag den andere doodsbleek van angst, tot ik Dien Ene zag en in zijn oog slechts ... smart Om wat rondom Hem was. ’t Was of de doornenkroon Op het bebloede hoofd door Hem niet werd gevoeld, ’t Was of zijn kruishout voor een ander was bedoeld En of het and’ren gold het spotten en de hoon.

Toen was ’t mij of Hij wist, hoe diep ik met Hem leed. Zodra Hij viel, stond ik bij Hem en liep meteen,

Zijn kruishout op mijn schouder en gans met Hem één, De weg naar Golgotha. Vanaf die ure weet Zijn ziel wat liefde is. Door al dit duister brak Het licht van Gods gena in niet te breken kracht.

Krijgsknecht

En ik, die in mijn waan eerst slechts aan zwakheid dacht, Die uit Zijn lijdzaamheid tot onze wereld sprak!

Ik — die met eigen hand de scherpe doornenkroon Hem drukte op het hoofd; die om Zijn schouders deed De ruwe mantel als een purpren koningskleed,

En in Zijn hand een riet als scepter.... om de hoon Te wreken, die een dweper met Zijn koningschap Der waarheid onze keizerlijke heerschappij Had aangedaan! Zijn diepe droeve blik op mij Vol medelijden — toen ik hem met stomp en trap Wou roepen tot zich zelf — heeft mijne ziel gered. Ik voelde een meerderheid; wist eerst niet wat het was; Tot aan het kruis nog eens ik in Zijn ogen las Dat medelijden en ik hoorde het gebed,

Dat om vergeving vroeg voor mij

Geen kracht zo groot!

Geen mensen wil zo sterk, als in die lijdzaamheid, Die mij ook van mijn waan, mijn zonde heeft bevrijd. Hij is de Zoon van God en sterker dan de dood.

Sluiten