Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Te gaan getuigen... ’t Was te laat. Haar oog had weer Die hardheid van het ongeloof, dat door een nacht Van lijden is gegaan, als geen van u nog weet.

Er is geen ander mens, die dat van ons verstaat.

Het is het uur, waarin ons ieder hier verlaat,

En voor de ziel blijft slechts dat éne woord: vergeet!

Was Christus hier maar zelf geweest, dan was zij vrij Van zonde en schuld... Nu zwerft zij weer alleen...

(Maria ziet een ogenblik vragend naar Johannes in wiens houding kracht en zekerheid is gekomen).

Johannes

Maria Magdalena — breng haar toch hierheen!

Roep haar in Christus naam en breng haar hier bij mij.

Magdalena

Zij komt niet weer naar hier. Haar twijfel is te groot. Johannes

Dan zal ik tot haar gaan. Zeg mij, hoe vind ik haar? Z a c h e u s

Zij keerde wel terug naar de verborgen wijk,

Waar menig Tollenaar een kroeg heeft.... waar in ’t slijk De ziel steeds dieper zinkt... bezoedeld....

Johannes (tot Maria Magdalena)

Weet gij waar?

[Maria Magdalena aarzelt met antwoorden. Johannes tracht haar hiertoe te bewegen.)

Ik ga daarheen!

Sluiten