Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET VEELVULDIG ONNOODIG GEBRUIK VAN BRILLEN

ue DeteeKems van ae relativiteit aer gezicntsscnerptebepaling spreekt nog duidelijker uit hetgeen Pflugk daaromtrent zegt: „Die Sehscharfe ist ein empirischer Begriff und wird von psychologischen Factoren bedeutend beeinfluszt, sodasz eine objective, rein physikoUische oder physiologische Fassung nicht möglich erscheint” (De cursiveeringen zijn van mij) x). aD* relatieve waarde van de gezichtsscherpte blijkt uit bovenstaande aanhalingen en doet inzien dat de afwijkingen in den (hrekingstoestand van het oog (z.g. refractieanomalie) geenszins ^ls statische (in evenwicht zijnde), doch als dynamische (functioneele) afwijkingen te beschouwen zijn zooals ook verder zal blijken.

Deze opvatting is bevestigd geworden door hetgeen ik bij genoemde keuringen heb waargenomen.

Uit den rijkdom van gegevens bij het onderzoek der oogen zal, ik slechts enkele grepen doen. Verder wil men wel in aanmerking nemen dat ik gemiddeld 40 keuringen per dag te verrichten had, zoodat ik voor het onderzoek der oogen, haast dat van het overige deel van het lichaam, niet veel tijd beschikbaar had.

.Vooraf gaan enkele algemeene opmerkingen.

De psychologische ervaringen bij vorige keuringen waren voor mijn onderzoek waardevolle richtingslijnen, en zoo viel het mij in dit keuringsjaar bizonder op dat enkele myopen de oogen Jmepen om scherper de letterproeven zonder bril te zien, daarentegen anderen dit niet deden. Men vraagt zich dan af wat de reden is van dit verschil.

Uitgaande van de veronderstelling dat een deel van hen lijdende was aan axillaire myopie, die volgens mij veroorzaakt wordt door een gelijkmatige compressie van den oogbol door simultane hypertonus van de 4 rechte oogspieren (zie bovengenoemde brochure), werd het mij door die voorstelling te.vens duidelijk dat de gezichtsscherpte tijdens het knijpen verbetert.

Want wat geschiedt door het knijpen van de oogleden tot een nauwe (stenopaeische) spleet? Hierbij contraheert zich de musc. orbicularis, die tonrond op den oogbol ligt en wordt de bij axillaire myopie uitgerekte oogbol gedrukt in de oogkas, waardoor

1) Pflugk ld. Mon.bl. für Augenheilkunde, Sept. 193.2.

Sluiten