Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET VEELVULDIG ONNOODIG GEBRUIK VAN BRILLEN

slechts met het instinctieve van de ziel, kortweg het instinct, waardoor het door geen andere impulsen gedreven wordt dan die voor zelfbehoud en behoud van de soort.

Wanneer wij aannemen dat ziel en lichaam een twee-eenheid is en de mensch een bezield wezen, dan volgt daaruit dat de ziel, die niet stoffelijk en niet ruimtelijk is, haar invloed in ieder deel van dat wezen laat gelden, daar men met het oog op haar wezen zich niet kan voorstellen, dat zij in een afzonderlijk deel van de entiteit ziel-lichaam schuilt. Door de ziel in de twee-eenheid ziellichaam te beschouwen als hoogste potentie in ons, die alle stoffelijkheid in ons doet leven, volgt vanzelf daaruit, dat wij de hersenen en het vegetatief zenuwstelsel niet als de hoogste, regelende centra, doch als werktuigen van de ziel beschouwen.

De hersenen, in hun wonderbaarlijke functie van ontvang- en tevens uitzendapparaat, zijn dus te beschouwen als de uitvoerders van de denkende, willende en voelende ziel, daarentegen het autonome zenuwstelsel, dat voor ons onbewust de bestaansfuncties, als ademhaling, spijsvertering, bloedsomloop etc., regelt, als die van het instinctieve deel van de ziel, kortweg het instinct; zooals Braun x) dit uitdrukt: „Die Seele ist der von Gott eingesetzte Ihm gleichsam die klein-Arbeit abnehmende Baumeister und Betriebsleiter des Lebens”. Echter zijn de functies van ziel en instinct niet immer van elkaar te scheiden, dikwijls zijn zij door elkaar geweven, zooals ons dit geopenbaard wordt in de functies van onze zintuigen, die deels willekeurig, deels onbewust plaats hebben.

Dat de hersenen reeds veel vroeger niet als het primaire denkorgaan beschouwd werden, blijkt wel uit de volgende aanhaling van Driesch in „Neue Wege der Seelenforschung”: „Lichtenberg (Zeitgenosse Kant’s) hat schon gesagt dass es eigentlich nicht heiszen müsse „ich denke” sondern „Es denkt”, wenigstens wenn man unter Denken den eigentlichen Prozess des sogenannten Nachdenkens (ein durchaus unbewusztes Geschehen) versteht”. — of zooals Driesch 1 2) zegt: „Das „Ich” hat nur Erlebnisse, die Seele tut”.

Hans Driesch, wellicht de diepzinnigste denker op biologisch gebied in onzen tijd, geeft op de vraag wat de ziel is, het volgende antwoord: „Die. Seele ist wie ein unbewuszter, das

1) Braun: Das überindividuelle Charakter des Psychischen.

2) Hans Driesch: Leib und Seele.

Sluiten