Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wachts terugkeert, daarom laat zij het venster open. Daarbinnen werd gezucht: ach, ach, en hij hoorde ook verwarde dingen. Hij keek rond, hij hief zijn stok en een schaduw dook achter den wal. Toen wachtte hij tot het stil werd, met de oogen op den kier gevestigd, tot hij zeker was dat er rust was gekomen. Wel sliep die vrouw niet, maar zij had tenminste ledigheid in het hoofd.

Hij herinnerde zich een laag huis op het gedeelte voorbij de zijstraat; daar had hij al vaak op den kant van het gordijn een vinger gezien en een oog dat naar buiten staarde, glinsterend en nat. Dat was het meisje dat zooveel gehuild had en telkens opstond zonder dat zij wist waarom, en het was iederen nacht veel huilen. Er zijn er heel wat, zei Algoet, die met tranen liggen en niet weten waarom, een groote tijd gaat met redeloos huilen weg, die meisjes wachten maar of er iets komen zal. En daar zag hij het oog naast het gordijn een beetje opzij getrokken. Het staarde, het merkte hem niet eens. Algoet tuurde door het licht van de lantaarn en wenkte. De bladeren bewogen, het was een kleine sluimer die kwam en hij zeide: Ga jij hier binnen en roep zoowat een droom, dat zal haar goed doen, die arme meid die zoo verlangt. Het gordijn viel toe,

Sluiten