Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar hij bleef nog luisteren. Er zijn er heel wat zoo, mompelde hij, en het beste is dat zij sluimeren, want als het verlangen te veel roept doet het maar kwaad.

Hij ging den hoek om en zag op de korte gracht een donker ding, met een glimpje, een vigelant. Zoo, dacht Algoet, dat is de dokter, dan is het erg. De koetsier zat op den bok te slapen, het paard stond diep gebogen. De waker keek rond in de duisternis of hij er al was die hier verwacht werd, de eenige voor wien hij de pet afnam. Hoewel zijn gehoor nu het fijnst was hoorde hij niets, en toch moest er iets zijn, want het paard spitste de ooren en huiverde. Hier gebeurt iets, dacht hij, waar een nachtwaker niets aan doen kan. Er zijn er heel wat voor wie het de ergste tijd is zoo tusschen twee en vier. Waarom die ook zijn tijd kiest en juist in dit stukje van den nacht, dat is een raadsel dat alleen de hemel weet. En hoewel hij niets ontwaarde nam hij de pet af toen hij dat huis voorbij ging.

En op den hoek gekomen keek hij verbaasd, daar hing een groote vlag over een boom, de ramen stonden open en al de lichten brandden nog, hoewel de gasten al lang vertrokken waren. Algoet wist dat hier een feest zou zijn bij den

Sluiten