Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stadhuisje met een hooge stoep, op den voorgrond tegenover elkaar gelegen twee wijnhuizen, de Zon en de Maan genaamd, ieder met een lindeboom, een bank en stoeltjes voor de deur, en ter wederzijde kleine winkels met uithangborden. Daarboven lucht en wolken. In het stadhuisje, waar hij burgemeester was, woonde Colombines vader, zoodat hij altijd op de stoep te zien was. En achter het plein klonk een stem, die soms aanmoedigde, soms berispte, men zou zeggen de kijkspelbaas; zonder ophouden ook een orgeltje dat wel een dozijn verschillende deuntjes om beurte speelde al naar het in zijn zin lag.

Aan het begin was het plein verlaten. Maar zoodra het orgeltje zijn eerste wijs liet hooren, de bekende tarantella: Zeg juffer moet je niet opstaan, moet je niet naar je winkel? ging de deur van het stadhuis open en Papa trad buiten met het meisje aan de hand, hij wees haar de stoep af te gaan en rondom het plein te wandelen. Hijzelf bleef kijken, over het hek geleund.

Op dat oogenblik klonk er buiten het plein een heldere baryton, begeleid door het geratel van een rad. Boeren en burgers, riep hij, nu zal

Sluiten