Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had viel het hem op dat deze vrouw en hij de eenigen waren die nog buiten kwamen. Op een morgen, haar ontmoetende onder de boomen waar de regen niet zoo hard viel, keek hij haar aan. En hij zag dat zij geen parapluie had en niet eens nat was. Zij had een ernstig donker gezicht, dat hem toch wel aanstond. Hij knikte. Eerst keek zij verwonderd, maar toen begon zij hem toe te lachen. Dat is een schoone vrouw, dacht Tuiteling onder het voortgaan, en niet vervaard voor een beetje regen. Hij zag haar dagelijks, nu hier dan daar, in haar zwarte japon, glanzend en droog, soms liep zij in gedachten en soms trok zij op een stoep forsch aan de bel. Hij vertelde zijn zuster van die schoone vrouw die bij iedereen op bezoek scheen te gaan en Piene was nieuwsgierig wie het zijn kon.

Op een Zondagavond, terwijl zij gezellig aan de gedekte tafel zaten voor de avondboterham, hoorden zij zwaar gerommel en kort daarna een dreunenden donderslag, het geklater achter de keuken werd oorverdoovend. Zwaar weer op til, zeide Tuiteling. Toen werd er gebeld en Piene schrok omdat zij in lang het geluid van de bel niet had gehoord. Haar broer ging zelf naar de voordeur. Toen hij opendeed bliksemde het

Sluiten