Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volk heb ik nooit gezien, zij waren vrienden onder elkaar die aan oneenigheid altijd een vroolijk einde maakten, en ook de vreemdeling was er een vriend. Zij waren landbouwers en herders, die weinig behoeften hadden, weinig handel dreven. Rijkdom was er ook niet. Toen kwam op zekeren dag een afgezant van het naburig land, waarvan de vorst al den bijnaam had van moordenaar, de wreedheid daar was welbekend. Wie de macht heeft kan zich veroorlooven schaamteloos te zijn. De gezant verklaarde kort en bondig dat er in zijn land geen plaats genoeg was voor de inwoners en dat daarom de landbouwers en herders het hunne verlaten moesten. Natuurlijk weigerden zij. Maar zij hadden geen leger, zij hadden geen wapens. In één dag veranderde hun zachtmoedigheid in woestheid. Zij sneden knuppels en zij verzamelden steenen en toen de troepen kwamen om hen te verdrijven, vielen zij met die gebrekkige wapens aan, ook de vrouwen vochten. Ik heb het bloedbad zelf gezien, maar daar vertel ik niet van. Ik werd gevangen gezet en na een maand weer vrij gelaten. Het stadje had geen inwoners meer, ik zag er niemand dan soldaten. Hier en daar voor de deur lag wat armoedig huisraad en

Sluiten