Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ken hadden, over hoeveelheid en hoedanigheid van het maïs, over het zand, over de drinkbakken. De pluimgraaf onderzocht de grieven terstond en deed naar vermogen om hen tevreden te stellen, maar dan was er toch nog altijd een kalikoeter die hem uitschold, tegen hem blies, zelfs dreigde met de vlerken, zoodat hij hem een tik moest geven met het stokje, hetgeen hij niet gaarne deed omdat hij twijfelde of eenig wezen wel het recht had een ander te tuchtigen, een recht immers dat slechts ontleend kon worden aan de kracht. Overigens mocht hij die beesten niet, met hun lompe pooten en bengelende lellen en het voornaamste waarvoor gezorgd moest worden hun vetheid. Maar het was waar dat zij zichzelf niet geschapen hadden en onbillijk hun dit te verwijten.

Ook de poelepetaten, die los mochten loopen, begreep hij weinig. Hun stemgeluid hinderde zijn gehoor, zij spraken ook veel te vlug en altijd hetzelfde: Veel meer boekweit! Terwijl hij toch niet alleen op boekweit voederen mocht.

Met de eenden was hij zoo bevriend dat hij wel een uur lang aan den vijver kon staan, telkens wat kruimels strooiend, zij waren hunnerzijds ook zoo vertrouwelijk met hem dat er

Sluiten