Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoort den onnoozele, riep de predikheer, zijn stem klonk welluidend en schooner dan die van den vreemdeling. Hebt gij nooit van den waren God gehoord die ons geopenbaard is? Hem te dienen, ootmoedig, met geheel ons wezen, dat is onze religie.

De vreemdeling boog het hoofd en zachter klonk zijn stem: Ik heb van geleerden zooveel andere verklaringen gehoord, dat het vrees is, of afhankelijkheid, of een poging om de oneindigheid te begrijpen, of het menschelijk deel van de gemeenschap tusschen den mensch en een hoogere macht. Maar ik neem uw verklaring aan. Dan zou ik willen weten of die God bestaat.

Dit zeide hij zoo zacht als het gepiep van een vogeltje. Opeens begon daar buiten de wind te loeien en te brullen, anders zou het geraas van de menschen wel gehoord zijn. De predikheer hief zijn hand en sprak: De wind heeft u antwoord gegeven. Wie doet den storm razen? De zee zieden? Wie heeft de zon en de sterren aan het firmament gezet? Wie heeft het honderdduizend gedierte gemaakt, de walvisschen en de vogels, de boomen, de kruiden? Wie heeft den mensch geschapen? Wie?

Sluiten