Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nog zachter antwoordde de andere: Ik heb op mijn reizen vele namen hooren noemen, te veel om te onthouden, Chang-Ti en Anu, Khnum en Varuna, ook wel God, dat geef ik toe. Laat ik dus aannemen dat Hij bestaat. Dan zou ik willen weten waarom Hij gediend moet worden.

Vreemdeling, riep de predikheer heftig uit, niets schijnt gij nog van God te weten. Gij neemt aan dat God de wereld geschapen heeft en Heer is van het heelal. Begrijpt gij dan niet dat er wederkeerigheid is tusschen den Maker en het maaksel en dat er geen heerschappij zonder dienst kan zijn?

Dat is waar, zeide de vreemdeling op bescheiden toon, maar waarom —

En hier begon de reeks van vragen en antwoorden over en weer, de vragen zacht en in een hoogen toon, de antwoorden luid en in een diepen, zoodat het gesprek wel op de muziek van het orgel leek, nu klagend, schreiend, weemoedig, dan juichend en verheerlijkend. De vreemdeling vroeg waarom de eerste mensch tot de ongehoorzaamheid was gekomen; waarom de verboden boom niet alleen de kennis van goed droeg, maar ook van kwaad; waarom het

Sluiten