Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kwaad geschapen was; waarom de mensch van den medemensch, van koning en keizer, vervolging, verdrukking en slavernij moest verduren? Zoo vele vragen deed hij dat de stralen van de ondergaande zon door de gekleurde ruiten fonkelden toen de predikheer hem verzocht het gesprek morgen voort te zetten. Plotseling was hij verdwenen, de menschen keken te allen kant waar hij gebleven was en buiten komende merkten zij dat er geen wind meer woei.

Maar in den ochtend dartelde er weer een sterke zoelte door de zeven straten en over het plein rondom de kerk, een wind, die naar gras en bloemen rook. De predikheer stond met een verlicht gelaat op den kansel. Menschen, riep hij, wijzende naar den vreemdeling die weer ongezien in het midden was verrezen, hoort naar hem en naar mij, wie de waarheid kent, daarna zal ik jullie zeggen wie die aartstwijfelaar is. Hij bezit een toovermacht, dat hij zoo snel kan komen en gaan, maar hier in onze kerk hoeft niemand voor die macht te vreezen.

Dien dag en nog een week daarna spraken zij over goed en kwaad van den morgen tot de schemering. Soms klonken hun stemmen rumoerig van den strijdlust, dan weer zoetvloeiend

Sluiten