Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem. De gewoonte om naar de lucht of naar den grond te kijken, slechts schichtig ter zijde, kwam voort uit de vrees den spreker aan te zien, want die had hem duidelijk gewaarschuwd voor het onheil dat zou gebeuren indien hij hem ooit recht in de oogen zag. Het wezen geleek dus op wat men in het Noorden een fylgje noemde, een volggeest van onzichtbare stof uit den mensch zelf voortgevloeid en hem door het leven vergezellend als zijn noodlot.

Al van jongsaf zocht Japperotte naar een middel om van hem verlost te worden. Hij moest het heimelijk doen, op oogenblikken wanneer hij meende dat de geest, die iedere gedachte hoorde, niet op hem lette, maar dit gebeurde zoo zelden dat Japperotte er soms wekenlang niet aan denken kon. Gelukkig was hij tenminste gedurende den slaap van zijn toeziener bevrijd en in dien toestand kwam het wel voor dat hij zonder vrees durfde te denken. Geheel zeker voelde hij zich niet, want hoe kon hij weten wie het was die hem de gedachten, in den slaap geboren, stuurde? Het konden valstrikken zijn, hem door den kwelgeest gelegd. Wanneer hij zoo’n droom gehad had van de vrijheid, waarin geen oog op hem toezag en geen oor naar hem

Sluiten