Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat de behoeftigen en de verminkten, de hongerigen en de dakloozen zich vrijmoedig in het daglicht vertoonden, met geheven hoofden en zonder vrees voor de stadswachts, ja, dat zij wel met een lach bedankten voor een aalmoes. Men zag in deze dagen gebrandmerkten en ook erge dieven, de linkerhand missend, in kleederen die zeker geen snijder voor hen gemaakt had en dat kon bijgeval zonderling staan, een wambuis van zwart kamgaren, als ware het een gril van het lot, eerst aan een rechter toebehoord.

Er woonde in de stad een welvarend man, Jonah Cricket, wolkooper en vrijgezel, die zijn medeburgers het voorbeeld gaf. Hij was bekend voor rechtschapenheid en niet minder voor barmhartigheid. Rood van aangezicht, zwaarlijvig en ruw van taal had hij eerder een landbouwer kunnen zijn dan een gezeten burger die zijn letteren had geleerd, maar wie hem bezocht werd spoedig gewaar dat hij een breed verstand had en bovendien een groot hart. De armen, placht hij te zeggen, zijn ons van God gezonden opdat wij toonen kunnen of wij Christenen zijn. Een groot deel van de winst, in zijn huis vloeiend door zijn handel en zijn pachten, vloeide er weer uit tot onderhoud van de godshuizen voor

Sluiten