Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

borgen.” En op een volgende bladzijde: „Thans ben ik zes maanden schatmeester en ik heb zoovele vazen, urnen, schalen, pottekens onderzocht, dat het mij duizelt van de glinstersteenen en sommige zoo fijn geslepen, dat slechts met het vergrootingsglas de kantjes te tellen zijn. Van het amulet geen spoor. Mijn tooverheks ergert mij deerlijk met haar verrijzenis iederen avond wanneer ik mij nederleg, met haar brandende oogen en haar schorre stem. Hoeveel verschillende gestalten van het heiljuweel haar vingers reeds beschreven hebben, ben ik kwijt. Gisteren geleek het een Onsliefheerhaantje, indien ik het wel begreep, en heden een splintertje kandij. Zooveel heb ik thans verstaan, dat zij haar best doet mij het kleinood aan te wijzen, den sabandaar door zijn minnemoer geschonken, en het aan ’t licht wenscht te brengen. Opperdiener en minister storen mij te allen stond, kloppend en vragend door het traliegat van de deur, klagend of de speld reeds uit de stroomijt is gesprongen. Middelerwijl zit ik hier gekerkerd, ver van mijn verzamelingen.”

Op deze wijs gaat het dagboek voort twee jaar lang, Vervotte steeds erger jammerend dat hij het zonlicht niet meer zag en dat de scherpte

Sluiten