Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ELS NEEMT DE LEIDING

„Hè, hè,” zuchtte Els. „Ik kan ’t haast niet meer afwachten. Hoe zou vader ’r uitzien, Moeder?”

„Ik denk, heel gewoon,” lachte mevrouw Verschoor. „Hij is immers maar acht maanden weggeweest?”

„Acht maanden? ’t Lijkt me wel drie jaar.”

„Daar komt ie,” zei Tini en ze wees op den kellner.

„Niet wijzen, kind. Dat is niet beleefd.”

De ober, met zijn zwarte rok en zijn wit-gesteven overhemd, balanceerde de schalen elegant tussen de tafeltjes door. Hij had al gedekt. Nu zette hij de croquetjes neer, de schaal met brood, een schaaltje met boter. Even later kwam de thee.

„Nu, kinders, flink eten,” zei mevrouw Verschoor. „We hebben een vermoeiende dag achter de rug en we zijn nog lang niet thuis.”

Els smeerde een boterhammetje en ze legde er een croquet je op. Het smaakte uitstekend. Maar toch kon ze de happen haast niet door haar keel krijgen.

„De zenuwen!” zou Joop Hondius zeggen. Die noemde alles zenuwen en ze had er altijd last van.

Mevrouw Verschoor zag wel-, dat Els moeite had met eten en ze zei er niets van. Ze begreep het wel. Zelf zette ze een gezicht, of er niets aan de hand was, maar ze moest toch ook flink slikken, om de brokken door haar keel te krijgen. Wat had ze verlangd naar de terugkeer van haar man! Wat had ze, al die maanden, uitgekeken naar zijn brieven en wat was ze blij geweest, toen ze eindelijk het bericht kreeg, dat hij terugkwam.

Ze hadden de dagen geteld en nu was het dan eindelijk zover, maar het scheen, of de klok niet meer opschoot.

Om tien minuten over zeven waren de schalen leeg en toen waren er nog vijf-en-veertig minuten te wachten. Vijf-en-veertig minuten! Een rijstebreiberg, waar ze haast niet doorheen konden komen.

Sluiten