Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ELS NEEMT DE LEIDING

gens, eerst naar buiten,” zei de heer Verschoor. „Zo dadelijk zal ik jullie wel alles vertellen.”

De meisjes draaiden om hun vader heen, ze bekeken hem van alle kanten en Els zag het nu heel goed: vader was beslist magerder geworden. Net of z’n gezicht iets harder was dan vroeger. De lijnen tekenden zich scherper af.

„Heb je al gegeten man?” vroeg mevrouw Verschoor.

„Ja ja, in de trein. Laten we maar eerst zorgen, dat we een wagen krijgen. Dan zitten we rustig en dan kunnen we praten.”

Met tegenzin liet Tini haar vaders arm , los, toen de heer Verschoor zijn reisbiljetten moest opzoeken. Nu stonden ze voor het station en vader sprak even met een taxichauffeur. Het was gauw in orde. De koffers werden ingeladen, de kruier kreeg zijn fooi en de wagen reed langzaam door de drukke straten in het centrum van Utrecht.

Toen slaakte meneer Verschoor een diepe zucht. „Hè, hè, ... ’k ben toch zó blij, dat ik jullie weer bij me heb. Nee jongens,-’k heb geen leuke tijd gehad; niet prettig. Maar nu zijn we weer bij elkaar en we blijven bij elkaar. Ik weet nu wel zeker, dat ik nooit terug zal gaan naar Indië. En hoe vinden jullie dat?”

Even zwegen ze, want het was een moeilijke vraag. Toen zei mevrouw Verschoor zacht:

„Om je de waarheid te zeggen, man... ik vind het heerlijk. Indië is een mooi land, maar ik hou toch véél meer van Holland.”

„En wat zeg jij er van, Els?”

„Ja... natuurlijk niet zo leuk dat u... omdat u toch gegaan bent voor een betrekking, maar ik blijf ook veel liever hier!”

„En ik vind het hier in Holland ook veel fijner,” zei Tini. „’k Ben blij, dat we hier blijven.”

Sluiten