Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ELS NEEMT DE LEIDING

één kamer en boven drie. Dit is veel te klein. We huren <»pn heel groot huis. En eh... welk huis zullen we némen?”

„Nou,” antwoordde meneer Verschoor ernstig. „Wat dacht je van het huis van burgemeester Hondius?”

„Nee Vader, dat is flauw. U moet ernstig blijven! Moeder bedoelt het toch ook ernstig. Is het niet, Moeder?

Mevrouw Verschoor zat wat beteuterd te kijken. „Ik meen het zeker ernstig. Maar Vader moet eerst es zeggen, hoe hij er over denkt.”

„Tja,” was het antwoord, „’t Is een moeilijk vraagstuk. Het begint al met het huis. Is hier in Groenbergen een geschikt huis? Als we dat huis hebben, moeten we het inrichten. Dat kost veel geld. Daarna moeten we afwachten, of we gasten krijgen. En als ze er zijn, wordt het erg druk voor jullie. We hebben natuurlijk twee meisjes nodig en het is de vraag, of je er in die paar zomermaanden genoeg aan kunt verdienep. Er zijn zoveel pensions in ons land. Hoeveel zijn er in Groenbergen?.

Els telde op haar vingers na. „Lucky Home” van dien raren meneer Asman... nou... daar zitten nooit nette mensen en dan „Woudrust” ... ja, dat is wel vol in de zomer. En het pension van mevrouw van der Kerk. Meer niet, hè Moeder?”

„Jongens,” maakte meneer Verschoor een einde aan het gesprek. „Moeder en ik zullen er nog eens rustig over praten en we zullen ook eens rekenen. Eerst rekenen en dan nemen we een beslissing. En nu gaan we een wandelingetje maken; dat kan nog juist, voor de koffie.

Om kwart voor een stapten Els en Tini op hun fietsen. Ze hadden ongeveer zeven kilometer te rijden naar het naburige stadje, waar ze op de muloschool gingen.

Joop Hondius stond bij het bord van de A.N.W.B. te wachten.

Sluiten