Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ELS NEEMT DE LEIDING

groter geworden, maar ze was slechts weinig veranderd.

„Joop is een halve jongen,” zuchtte mevrouw Hondius dikwijls. „Ik weet niet, hoe dat later gaan moet.”

En dan bromde burgemeester Hondius iets, wat niemand verstaan kon, en hij scheen het niet zo erg te vinden.

Toen ze bij de school kwamen, keek Els schichtig naar alle kanten of ze den roden Kerkmeester zag staan. De jongens van de hoogste klasse hingen over het hek van de oude juffrouw Walland, vlak naast de muloschool en enkelen van hen rookten sigaretten.

„Daar staat het Kerkmeestertje,” fluisterde Joop, toen de meisjes voorbij het huis van juffrouw Walland kwamen. „Ja, hij ziet je! Hij heeft je in de gaten. Z’n mond staat open! ’r Kan een heel ei in!”

Wil Brinkman lachte niet. Haar vriendinnen vergeleken haar wel eens met Buster Keaton. Ze bleef onder alle omstandigheden ernstig en bedaard. Zo op het oog leek ze helemaal geen geschikte vriendin voor Els en Joop, maar het ging toch erg goed tussen die drie.

De meisjes hadden hun fietsen weggebracht en slenterden wat rond, voor de school. Daar kwam de rode Kerkmeester aan. Hij leek nog roder dan anders. In de verte keken de jongens met belangstelling toe.

Kerkmeester nam zijn grijze hoedje af, dat hem twee maten te klein was, en zei beleefd:

„Eh ... Els... neem me niet kwalijk, ik hoorde dat je ziek was...”

„Ik neem je dat niet kwalijk en ik ben niet ziek. Aju.”

„Neen... dat komt... ja, zie je, het zit zo... Joop...” Hij keek Joop met een nijdige blik aan. „Joop vertelde me, dat je Ziek was...”

„Hé, heb ik dat gezegd?” schaterde Joop. „Jongen, je bent niet wijs! Hoe kom je daarbij?”

Kerkmeester had nu een kleur tot in z’n hals. „Ja, dat

Sluiten