Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ELS NEEMT DE LEIDING

moeder zei steeds maar: „Jean, eet niet zoveel! Je wordt veel te dik, Jean. Maar ’t kon vader niks schelen! Vader vond het erg lekker. En nou mag-ie van moeder, aan ’t ontbijt, niet meer eten dan twee geroosterde boterhammetjes en een appel en hij houdt niet eens van appels. En toen is moeder er achter gekomen, dat vader altijd een ons biscuits kocht, vóór hij naar het gemeentehuis ging en dat zakje verstopte hij in zijn schrijfbureau.”

„Hoe merkte je Moeder dat dan?” vroeg Els nieuwsgierig.

„Nou, ze kwam bij Otting in de winkel en toen vroeg ze om biscuits en toen zei Otting: „Van dezelfde, als meneer altijd heeft, mevrouw?” Nu, toen wist moeder ’t. Heel eenvoudig.”

„Beste Joop,” zei mevrouw Verschoor, „’k Moet je toch es wat zeggen. Je verhalen zijn erg grappig en je kunt ze hier gerust vertellen, want wij spreken er niet verder over, maar ik geloof, dat je toch een beetje te openhartig bent.”

„Och, Joop is een kind,” zei Wil kalm. „Gistermiddag waren we bij mevrouw van Looy en toen vertelde Joop, dat haar vader met slaapsokken en een kruik naar bed gaat. Dat kan je toch niet zeggen, vindt u ook niet, mevrouw?”

„Nou,” antwoordde meneer Verschoor, „als Els net zoveel over mij vertelt, dan zullen jullie om mij ook wel moeten lachen.”

„O neen,” zei Joop, „u bent veel sportiever dan myn vader en u bent ook veel jonger. Maar eh... als dat pension doorgaat, dan mag ik ook eens komen helpen, hè? Reuze, Els... dan doen we keurige witte schortjes voor en zo’n wit mutsje op, met kant. En dan denkt iedereen, dat we dienstmeisjes zijn.”

„Lijkt het je zo heerlijk, als iedereen dat denkt?” vroeg mevrouw Verschoor.

Sluiten