Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ELS NEEMT DE LEIDING

„We moeten het nog afwachten, kind. Ik weet niet, of alles zo glad zal lopen, als jij het voorstelt. Praten is makkeljjker dan doen, Elsje.” f

„Ik zal m’n best wel doen,” antwoordde Els. ,,U hoeft helemaal niet bang te zijn, dat ik niet op zal schieten. Ik ga zó hard werken. Och, ’t is immers maar een paar maanden!”

Drie dagen later kwamen er met de avondpost plotseling twéé brieven. De eerste was van een familie de Kooi uit Den Haag en de heer de Kooi schreef, dat hij met twee jongetjes van vijf en zeven voornemens was, enkele weken in Groenbergen te komen doorbrengen. Hg vroeg om inlichtingen en prijsopgave voor zijn vrouw en hem en de twee kinderen. De tweede brief kwam uit Arnhem. Het was een brief van mevrouw Landsma, die met haar zoon, van een-en-twintig jaar, een week of drie buiten wilde vertoeven.

„Ze schrijft vertoeven,” gichelde Els. „Dat zal een leukerd zijn.”

Er stond verder in de brief, dat de jongeman Landsma ziek was geweest en dat hij nu nodig eens een tijdje buiten moest zijn.

De heer Verschoor nam zijn schrijfmachine en hij schreef twee prachtige brieven terug. Nu was het weer afwachten. Maar de familie de Kooi antwoordde al na drie dagen.

„Ze komen! Ze komen!” riep Els opgetogen. „De eerste vier! We zullen ze met bloemen ontvangen en ze krijgen een cadeautje. Over vier dagen al, Vader?”

„Ja, over vier dagen,” antwoordde meneer Verschoor.

En toen mevrouw Landsma ook schreef, dat ze het voorstel aannam, was Els helemaal niet meer te houden. Ze sprong op haar fiets, om het heerlijke nieuws aan haar vriendinnen te gaan vertellen.

Sluiten