Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ELS NEEMT DE LEIDING

„Wij hebben juist vijftien minuten, om de tuin te bezichtigen. Kom, vrouw.”

Mevrouw de Kooi viel haast over haar eigen voeten, zo’n haast had ze, om haar man te volgen. De jongetjes gaven elkaar een handje en liepen als soldaatjes achter hun ouders aan.

Joop kwam de oprijlaan op. Ze keek met grote ogen naar het wandelende viertal.

„Is dat jonkheer de Kooi?” vroeg ze zacht aan Els.

„Ja.”

„’t Lijkt wel een ritmeester van de infanterie.”

„Die bestaat niet,” zei Els.

„Nou goed, dan een kapitein. Zeg, waarom lopen die mensen zo gek? Is het een militaire oefening?”

„Zo zijn ze nou eenmaal,” antwoordde Els somber.

„Hoe zijn ze?”

„Hij is een engerd en zij is bang voor ’m. En die jongetjes zijn zo griezelig gedrild, ’k Heb nog nooit zo-iets zoets gezien.”

„Stakkerds!” zei Joop meewarig. „We zullen ze wel eens meenemen voor een wandeling en dan mogen ze op hun kop gaan staan en in een boom klimmen.”

„Als hij ’t goed vindt... ik weet ’t niet.”

„Zeg Els, kan ik ’m eens van dichtbij zien?”

„Wel ja, dan lopen we even de tuin in. Twee minuten hoor, want ik moet om kwart voor één precies in de keuken gaan helpen. Kathe dient op en ik pruts in de keuken.”

„Dan moeten we zorgen, dat we ze tegenkomen,” zei Joop.

Ze kwamen de familie de Kooi tegen. Meneer de Kooi tikte even aan zijn vilthoed, toen hij Joop zag en mevrouw de Kooi glimlachte.

„Netjes je petjes af, jongens,” zei meneer de Kooi. Toen

namen de twee jongetjes hun petjes af.

Els neemt de leiding 4

Sluiten