Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ELS NEEMT DE LEIDING

Kooi zich omdraaide en een handbeweging maakte naar zijn jongetjes. Die hóefden elkaar geen hand meer te geven en mochten nu lopen, waar ze wilden.

„Stakkerds,” zei Joop, „nu hebben ze vrij-kwartier. Zeg Els, we moeten die kinderen es wat aandoen. Ja, ik klaag misschien wel es over mijn moeder, maar ik ben toch blij, dat ik t niet zó slecht getroffen heb. Ik vind die meneer de Kooi een naarling. Kan ik iets voor je doen?”

„O neen, ’ zei Els. „Geen sprake van. Moet je niet eten?”

„Hoe laat is ’t dan?”

„Half twee.”

„Goeie genade! Half twee? Dan moet ik rennen. Aju! Ik kom vanmiddag nog wel eens kijken. Zeg Els... als je soms toevallig bij ons komt, zeg dan maar niet dat ik hier geweest ben.”

„Waarom niet?”

„Nou, moeder zegt eh...” Joop kreeg een kleur. „Ze zegt, dat ik hier maar lastig ben, als het druk is.”

„'k Geloof er niks van,” antwoordde Els. „Je moeder heeft natuurlijk liever niet, dat je hier veel komt, omdat wij een pension hebben.”

Joop kon niet jokken. „Het is ook zo,” zei ze, „maar je bent er toch niet boos om?”

„Welneen, hoor Joop, ik begrijp het best.”

„Ja, zie je, zuchtte Joop, „moeder is nou eenmaal erg gedistingeerd. En ze heeft gezegd, dat ik natuurlijk best met je mag omgaan. Maar ze zegt, dat er in een pension dikwijls zulke verschillende elementen komen.”

„Nou, daar heeft ze wel gelijk in,” antwoordde Els. „Maar dan is het ook beter, Joop, dat je voorlopig hier met zoveel komt.”

Joop schrok. „Zeg Els, dat meen je toch niet?”

„Ja, als je moeder dat nu zo vindt...”

„Neen, da’s geen manier, Els! Mij er uit sturen, omdat

A. •

Sluiten