Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ELS NEEMT DE LEIDING

„Moeten die jochies juffrouw tegen jou zeggen V* vroeg Joop. „Wat een malligheid!”

„Mij kan ’t niet schelen,” zei Els, „maar hun vader heeft ’t hun zo geleerd en daarom doe ik maar net, of ik ’t erg mooi vind.”

Jan, die pas vijf jaar was en twee jaar jonger dan Fons, kwam onderweg helemaal los. Hij had op Els steeds de indruk gemaakt van een erg stil jongetje, maar nu bleek, dat hij drukte genoeg kon maken.

Fons sloeg z’n benen om een berkestam en probeerde zich omhoog te hijsen. Het ging niet al te best en Joop hielp ’m. Toen de jongen een paar meter boven de grond zat, liet hij zich weer naar beneden glijden. Joop keek met een scheef oog naar Henri Landsma. Ze durfde niet goed te klimmen nu hij er bij was, maar ze had er erg veel zin in. Mevrouw Hondius deed haar best, om van Joop een jongedame te maken, maar ze had tot nu toe niet veel succes gehad met haar pogingen.

Henri Landsma zette den kleinen Jan op een tak en Joop fluisterde Els in ’r oor: „als die kwast ’r niet bij was, .klom ik ook in een boom. Of zou ik ’t toch maar doen?”

„Neen hoor, laat ’t alsjeblieft. Anders vertelt hij het misschien aan iedereen. Denk er om, dat het een gast is.”

„Waarom gaat die vervelende vent dan ook mee?” pruttelde Joop. Ze zei het net iets te hard. Henri draaide zich om en keek Joop een beetje eigenaardig aan. Hij scheen het verstaan te hebben. Hij zei niet veel meer en liep met Jan een eindje vooruit. Zo kwamen ze bij het kleine meertje, aan de rand van het bos. Els had het land, omdat ze voelde, dat Henri Joops opmerking verstaan had. Ze deed haar best, om den jongen gast weer wat vriendelijker te stemmen.

„O, kijk es wat een mooie bloemen,” riep Fons, en hij wees op een troepje lissen, die ongeveer een meter van

Sluiten