Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ELS NEEMT DE LEIDING

„Jantje,” riep meneer de Kooi met strenge stem. „Ben je in het water gevallen?”

„Ja Vader, per ongeluk, want die meneer...”

„Direct naar boven! Kleed je uit en ga naar bed! ’k Heb je toch dikwijls genoeg gezegd, dat je geen natte voeten mag maken. Vooruit en vlug! Je hebt straf!”

Huilend verdween Jantje in de richting van het huis en zijn moeder ging hem op een drafje achterna.

„Pardon, meneer de Kooi,” zei Henri Landsma kalm, „het was...”

„Ja, meneer, straks, ’k Heb nu geen tijd!” Meneer de Kooi ging zijn familie achterna. Els werd bleek. Hoe kon die man zo zijn? ’t Arme kind kon er immers zelf niets aan doen? Ze liep meneer de Kooi achterna en ging voor hem staan: „Meneer, ’t was helemaal zijn schuld niet en hij moet er helemaal geen straf voor hebben. Hij kon het niet...”

Geen straf? Geen straf? Maak ik dat uit of niet?” Meneer de Kooi kreeg een kleur en hij zag er spinnijdig uit. „Wilt u wel zo vriendelijk zijn, om u niet met mijn zaken te bemoeien?”

„Dat is gemeen!” riep Els. De tranen sprongen haar in de ogen. „Hij kon er niets aan doen, want Landsma...”

„Ik praat niet verder met jou!” riep meneer de Kooi. „Brutaal nest!”

Joop stond met grote ogen te kijken en Henri Landsma, die onwillens de schuldige was, kwam weer naderbij.

„Meneer de Kooi, luistert u nu es even. Het is niet de schuld van Jantje. Toen we bij het meertje waren...”

Meneer de Kooi rekte zich uit: „Meneer, ik heb u gezegd dat ik op het ogenblik geen tijd heb. Wilt u me met rust laten?”

„Dat is écht gemeen!” riep Els en meteen begon ze luid te snikken. Meneer Verschoor had de stemmen in de tuin

Sluiten