Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ELS NEEMT DE LEIDING

gehoord. Met een verwonderd gezicht kwam hij het huis uitlopen en meneer de Kooi ging dadelijk naar hem. toe.

„Meneer Verschoor, ik duld de behandeling niet, die ik van uw dochter moet ondervinden. Uw dochter wenst zich te bemoeien met de opvoeding, die ik aan mijn kinderen geef. Ik eis, dat ze haar excuses aanbied en anders blijf ik hier geen dag langer!”

Meneer Verschoor begreep ’t. Els kon wel eens meer driftig zijn en hij was al eerder bang geweest voor een botsing tussen meneer de Kooi en zijn dochter; hij zat meteen midden in een wespennest. Maar hij was handig genoeg, om het geval rustig op te nemen.

„Meneer de Kooi,” zei hij, „gaat u even mee naar binnen. Laten we ’t rustig bespreken.”

Els was over alles heen van kwaadheid en ze wilde meelopen naar het huis, maar de heer Verschoor gaf haar een wenk, dat ze maar in de tuin moest blijven. Een ogenblik scheen ’t, of Els zich niet aan die wenk zou storen, maar toen legde zij er zich bij neer en bleef achter.

„Juffrouw Verschoor,” zei Henri Landsma, „ik beschouw het als mijn plicht, om deze zaak in het reine te brengen. Nadat uw vader met meneer de Kooi gesproken heeft, zal ik het doen. Het spijt me erg, dat er zo’n onaangename scène moest komen, eigenlijk door mijn schuld.”

Binnen liep meneer de Kooi driftig heen en weer, maar dat maakte op vader Verschoor helemaal geen indruk. Hij bleef kalm. Natuurlijk wist hij niet, hoe Jantje aan zijn natte kousen kwam en daarom zei hij eindelijk:

„Meneer de Kooi, ik ben het met u eens: mijn dochter heeft zich met zulke dingen niet te bemoeien. Ze is nog wat jong en onbezonnen en ze is driftig. Ik zal met haar praten en ze moet u haar excuses aanbieden. En laten we daarmee het incident als gesloten beschouwen. Vindt u dat goed?”

Sluiten