Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ELS NEEMT DE LEIDING

„Vader, had ik nou gelyk of niet?” vroeg Els opgewonden.

„Lieve kind, ik geloof wel dat je gelijk hebt, maar daar gaat het niet om. Het komt niet te pas, dat je tegen een van onze gasten zegt, dat hy gemeen is. Dat kan je niet doen. Ik geloof, dat meneer de Kooi achter in de tuin zit; ga nu naar hem toe en maak je excuses.”

„Neen Vader, dat doe ik niet.”

„Kind, je moet ’t goed begrijpen. We hebben een pension. We proberen geld te verdienen en daarvoor bewijzen wy andere mensen diensten. Daarom moeten we ook zorgen, dat die andere mensen het prettig hebben. En al heb je nou tien maal gelyk, toch moet je je excuses maken.”

„Vader, ik kan het niet doen.”

„Zet je trots opzij en doe het dan voor my.”

„Goed, Vader,” antwoordde Els. „Ik zal gaan.”

„En blijf kalm, Els. Zeg het rustig. Je hoeft niet veel te zeggen, hoor!”

Els liep de achtertuin in, en daar vond ze den heer de Kooi bij een van de tafeltjes.

„Meneer de Kooi... het spijt me. Ik maak m’n excuses.”

Meneer de Kooi stond op. Hij keek Els verwonderd aan. „Eh... eh... ik ben bly, dat je het zegt, Els. Eh... pardon... juffrouw Verschoor. Maar eh... ’t was niet nodig geweest. Ik had niet begrepen, dat het Jantje’s schuld niét was... eh... ja ... ik dank u wel. Dag, juffrouw Verschoor.”

En meneer de Kooi wandelde de tuin in en liet Els verbijsterd staan. Ze begreep, dat Jantje’s vader erg met zijn figuur verlegen was. En ze vond hem ineens niet zo’n naarling meer. ’t Was natuurlyk moeilijk voor hem geweest, om zyn ongelyk te bekennen, maar hy had het toch gedaan.

Een uurtje later kwam Jantje, die inmiddels allang weer

Sluiten