Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ELS NEEMT DE LEIDING

„Helemaal geen weer om uit te gaan,” zei meneer van Amstel tegen meneer de Kooi.

„Neen, ’t is slecht weer.”

„Gisteren was het toch heel goed.”

„Ja, gisteren was ’t mooi weer.”

„’t Is jammer. Heel jammer,” zei de gast-zanger. „Pardon, als ik u niet stoor, zou ik wel graag wat willen studeren.”

Meneer de Kooi wist helemaal niet, wat hem boven het hoofd hing en hij verzekerde meneer van Amstel vriendelijk, dat deze hem niet stoorde. De zanger ging ook aan de andere gasten vragen, of hij wat mocht zingen en natuurlijk durfde niemand nee te zeggen.

„Kind, haal de muziek,” zei meneer van Amstel tegen z’n vrouw.

„Wat wil je zingen, Richard? Die Russische liederen? Of zullen we een beetje van Brahms? Of een Wolfje om mee te beginnen?”

„Haal alles maar, kind,” zei meneer van Amstel.

Henri Landsma knipoogde tegen z’n moeder. „We krijgen een volledig en kosteloos concert,” fluisterde hij. „Eerst een Wolfje, en dan een Brahmsje en dan nog van die Russische liederen. Zou hij straks met z’n hoed rondgaan?”

„Ssstt... jongen toch,” zei mevrouw Landsma zacht. „Zeg toch niet zulke gekke dingen.” Maar haar scherpe oogjes glinsterden van pret.

Els zat in de keuken met Kathe aardappels te schillen. Zo nu en dan keken de meisjes door het grote keukenraam naar buiten, waar de bomen stonden te druipen in de regen. De stammen glommen van het nat en het gras werd zichtbaar groener.

„Fijn, zo’n regentje,” zei Els. „Alleen jammer voor de gasten.”

Sluiten