Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ELS NEEMT DE LEIDING

Eindelijk was het lied van Wolf achter de rug, maar meneer Van Amstel stond al in zijn muziek te bladeren en scheen van plan te zijn, het concert voort te zetten. Boven besprak meneer Verschoor het geval met zijn vrouw.

„’k Moet ’r naar toe,” zei hij. „Het gaat niet. Onze gasten lopen weg! En we krijgen geen mens meer, met zo’n muziek-mammoet in huis. Ik zal hem gaan zeggen, dat hij alleen dan binnenshuis mag zingen, als het mooi weer is en de gasten uit zijn.”

„Maar man, hoè wil je dat dan zeggen?”

„’k Zal wel zien. ’k Zal ’t zo vriendelijk mogelijk zeggen. Maar we moeten er iets aan doen!”

Meneer Verschoor ging naar beneden en hij ving den heer van Amstel nog juist, voor deze aan een lied van Brahms wilde beginnen. Heel voorzichtig deelde hij hem mede, dat het een beetje lastig was; meneer van Amstel nam het geval gelukkig tamelijk goed op. Hij zou dan nog een kwartiertje doorgaan, zei hij en daarna ophouden.

En werkelijk kwam er, na twee liederen van Brahms, rust. Maar stilzitten kon de zanger niet. Hij begon dadelijk een gesprek met de andere gasten en die waren het er spoedig over eens, dat de zanger en zijn vrouw niet bepaald een aanwinst waren voor het rustige familiepension.

Gelukkig klaarde het weer die middag op, zodat alle gasten naar buiten trokken. Kathe en Els werkten hard en om een uur of drie kon Els een uurtje vrijnemen. In de keuken lag het meeste al klaar voor het diner en als ze om half vijf weer begon, zou het vroeg genoeg zijn. Zoals die morgen al was af gesproken, kwamen Joop en Wil een praatje maken. De meisjes gingen achter in de tuin zitten en dronken een glas limonade.

„En hoe bevalt het je nou?” vroeg Joop. „Eerlijk zeggen.” „Best,” antwoordde Els. „Wel druk natuurlijk, maar ik ben blij, dat ik vader en moeder zo goed helpen kan.

Sluiten