Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ELS NEEMT DE LEIDING

„Neen, nog niet, kind. Ik maak even wat koffie voor mevrouw en meneer de Kooi!”

„’k Zal even helpen,” antwoordde Els down.

„Neen, dat hoeft niet, Els. Ik ben zo klaar. Ga jij nu naar bed.”

Niettegenstaande haar vermoeidheid moest Els lachen, ’t Was ook al te gek, zoals ze elkander naar bed probeerden te jagen. Ze maakte kwast voor meneer van Amstel en Henri Landsma en ze bracht het zelf binnen. Even bleef ze praten en toen ging ze de trap weer op.

Kathe gaf haar de thermometer. Els zag dadelijk dat het 39.4 was.

„Erg?” vroeg Kathe.

„Een beetje verhoging,” antwoordde Els geruststellend, „’t Zal wel meevallen. Wil je een fris glas kwast hebben, of liever iets warms?”

Kathe antwoordde eerst, dat ’t zo’n werk was, maar ten slotte zwichtte ze toch en vroeg om kwast. Nadat Els haar een groot glas citroensap boven had gebracht, ging ze met haar moeder praten.

„De dokter moet komen voor Kathe, Moeder.”

Mevrouw Verschoor schrok. „Is het zó erg?”

„Ze heeft hoge koorts, 39.4. En buikpijn.”

„Ja, dan kunnen we zo de nacht niet ingaan. Ik zal dokter Koremans even opbellen.”

Mevrouw Verschoor belde het huis van den dokter op, maar daar hoorde ze, dat de arts naar de stad was en eerst omstreeks half twaalf terug zou komen. Het meisje zou hem waarschuwen en hij kon dan omstreeks kwart voor twaalf bij pension „de Zonnewijzer” zijn.

„Ziezo,” zei mevrouw Verschoor, „en nu ga jij naar bed, Els. Ik wacht even op den dokter en dan ga ik ook slapen, ’t Zal heus wel meevallen. Kathe heeft misschien iets gegeten, wat niet goed was.”

Sluiten