Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a

ELS NEEMT DE LEIDING

middag met een vriendinnetje gaan fietsen, maar ze durfde toch niet goed.

„Ik help je natuurlijk ook,” zei Joop, die heel goed voelde, dat Wil er haar liever niet bij wilde hebben.

„Neen,” zei Wil, „ga jy met Els mee naar ’t ziekenhuis, Jopie. Anders komt ze daar zo zielig alleen aan.”

Het bézoek aan het ziekenhuis trok Joop wel. Ze vond het griezelig en toch was ze buitengewoon nieuwsgierig.'

Meneer Verschoor zou die middag natuurlijk thuisbleven, om een oog op alles te houden en Els reed met Joop naar de stad. Ze moesten flink opschieten, want het was een half uur fietsen en Els wilde uiterlyk vier uur thuis zyn. Moeder had wel gezegd, dat ze tegen die tijd in de keuken zou komen helpen, maar Els wilde dat niet toestaan. Ze had vanmorgen genoeg het land gehad, toen ze bemerkte, dat ze de hele nacht als een roos geslapen had, terwijl haar moeder bij Kathe zat. Wat had ze zich daaraan geërgerd!

Vlakbij het ziekenhuis was een bloemenwinkel, waar ze een kleung boeket veldbloemen kochten. Het zag er leuk uit en het rook heerlyk. Voor het ziekenhuis lag een schitterend grasveld, met mooie, geurende bloemperken.

Vlinders en byen vlogen van bloem tot bloem en de zon maakte alles zo vrolijk. En vlak achter al die vrolykheid lag het donkere ziekenhuis.

Els drukte op de knop van de bel en ze hoorde binnen een sombere galm. Een portier in een wit jasje deed open. De meisjes moesten in een half-duistere hal wachten. Joop deed haar best, om grapjes te maken.

„Wat een afschuwelyk luchtje,” gichelde ze. „’t Slaat je gewoon op je hart, zoals ons dienstmeisje altijd zegt. Wat is dat?”

„Een ziekenhuisluchtje,” antwoordde Els. „Karbol of zoiets. Zo ruikt het in alle ziekenhuizen.”

„Nou, ik zou ook tranen met tuiten huilen, als ik op een

Sluiten