Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ELS NEEMT DE LEIDING

Zichtbaar verlegen ging Tini de keuken uit. Ze was onnadenkend en van deze kant had ze ’t nog niet bekeken.

Joop bracht soep naar de Landsma’s en soep naar de Van Amstels en soep naar de Huges’.

„O,” kweelde ze, „die meneer Huges is een schat van een man. Zo beleefd en zo vriendelijk. Hij heeft een muzikale stem.”

„Net als meneer Richard van Amstel?”

„Neen, die heeft een onmuzikale stem. Dat is een brulaap. Dat is een imitatie-misthoorn! Ik begrijp niet, dat de mensen geld betalen, om zo-iets te horen, ik zou weglopen. Juffrouw Verschoor, mag ik u ook een bordje soep aanbieden?”

„Goed meisje,” antwoordde Els. „Maar eerst breng ik zelf soep naar vader en Tini.”

Joop slikte enige lepels soep in, maar toen had ze geen tijd meer, want De Kooien waren alweer klaar.

„Dat zijn soep-sprinters,” zei Joop, toen ze met de lege soepterrine in de keuken kwam. „Die mensen eten griezelig vlug. Wat nou? Ze zien er zó hongerig uit, of ze van hun stokje zullen vallen.”

„Nou groente, vlees en aardappels,” antwoordde Els, „ja, ’k had er eigenlijk nog iets tussen-in moeten geven, maar daar had ik heus geen tqd meer voor. De mensen moeten blij zijn, dat ze nog wat krijgen.”

„Moet ik dat er bij zeggen? Boodschap van de pensionhoudster en u moet blij zijn, dat u nog wat krijgt.”

„Ja, als je ’t maar laat,” lachte Els. „Hier! In iedere hand een schaal.”

Joop deed het werkelijk netjes. Ze brak niets, ze gooide niets om en ze had verbazend veel plezier in haar werk.

„En nu nog iets voor de familie Huges,” zei ze. „Doe er maar een extra stukje vlees voor ’m op, want hij is een schat van een man.”

Sluiten