Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ELS NEEMT DE LEIDING

alles heen. Die Huges kijkt me aan als een slang. Een valserd! Een individu, zou vader zeggen. O neen, dat zegt-ie aiet, want ’t is een oude studievriend van ’m. Vaders oude menden zijn geen individuën! O Joop, wat zit ik er in. Gauw, gauw, meneer de Kooi moet pudding hebben!”

„Joop, blijf alsjeblieft kalm,” smeekte Els.

„Ik bèn kalm! ’k Ben ijskoud! Aju!”

Tussen de bedrijven door rende Els de trap op, om even aan moeder te vertellen, dat alles goed ging. De heer Verschoor had zijn vrouw een bordje soep gebracht, maar meer wilde ze liever niet eten. Ze voelde zich helemaal niet goed.

Joop bracht de ledige schalen in de keuken. „Dadelijk leg ik dien meneer Huges een chocoladepudding op z’n hoofd. Ik geloof, dat hij al iets in de gaten heeft. Hij fluisterde tegen zijn vrouw: „wat een beschaafd meisje!” Dat was ik. ’k Had haast gezegd: dank u wel, m’n moeder is van adel. En misschien ziet-ie ook nog wel, dat ik op m’n vader lijk. Ik lijk op vader, ’t Enige verschil is, dat hij een snor heeft en ik niet. En hij is kaal en ik niet. Moet er nog saus over die pudding? O, doen die gasten dat zelf? Goed, geef hier. Ik ben over alles heen. Wat een kleine puddinkjes! ’t Zal een teleurstelling zijn voor die De' Kooien. Die mensen eten alles op. Er is geen spiertje spinazie over. Moet dat met twee tegelijk? Dan moet ik zes keer lopen.”

„Jopie, wees nou toch kalm, alsjeblieft. Ik zal je helpen met de puddingen.”

Joop liep Vooraan met twee puddinkjes. Els volgde haar. Joop zette een van de puddinkjes voor mevrouw de Kooi op tafel en toen wilde ze het andere aan meneer de Kooi geven. Maar het schaaltje gleed uit haar hand. Het zweefde een ondeelbaar ogenblik als een dreigend gevaar in de lucht en toen viel de pudding in zwijm op meneer de Kooi’s licht-grijze pantalon.

Sluiten