Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ELS NEEMT DE LEIDING

„O, verdikkie,” zei Joop. Ze was toch al zenuwachtig en nu begon ze tot overmaat van ramp nog te gichelen ook. Ze kreeg de hik van het lachen. En meneer de Kooi staarde peinzend naar zijn grijze pantalon en bleef zitten. Hij voelde het al vochtig worden door zijn broek heen.

Els duwde Joop het eetzaaltje uit, ze kwam aanrennen met een bak water en een schoon doekje en met mevrouw de Kooi samen behandelde zij de pantalon. Meneer de Kooi bleef als een slachtoffer zitten. De andere gasten rekten hun halzen, om vooral niets te missen, van het aardige schouwspel.

Els putte zich uit in verontschuldigingen, ze had het over wassen en strijken en Pal the en stomen en verven en geen vlekken...

Meneer de Kooi zei niet veel en dat viel Els mee Hii was strak.

Joop kwam niet meer in de eetzaal. Els bracht de puddinkjes rond en diende daarna de vruchten op.

,,’t Is de schuld van dien meneer Huges,” ratelde Joop, „die heeft- me zenuwachtig gemaakt Ik had alles zo goed gedaan.”

Om zeven uur gingen de meisjes aan het afwassen en tussen de bedrijven door bracht Els de gasten thee.

Om half negen was alles klaar en toen stapten de heer en mevrouw Huges in hun auto en reden weg. Joop stond ze nijdig na te kijken.

„De naarlingen! Ze gaan naar de familie Hondius! Oude kennissen! Leuk voor mij. Maar ik blijf hier, tot diep in

de nacht. Ze krijgen me voorlopig met geen stok naar huis.”

Maar een uurtje later ging de telefoon en meneer Verschoor hoorde de stem van mevrouw Hondius. Of meneer Verschoor zo goed wilde zijn, om Joop naar huis te sturen.

Toen moést Joop wel gaan. Er was niets aan te doen.

Sluiten