Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ELS NEEMT DE LEIDING

dat de boel werkelijk keurig is. Ik heb het land aan nonchalance.’’

„Nonchalant?” Els was britsend. Ze vergat geheel, wat ze haar moeder beloofd had en* besloot, die eigenwijze juffrouw nu eens een les te ’ezen, die ze niet gauw vergeten zou.

„Ik wou, dat u zich niet meer met mij bemoeide. Laat mij m’n werk doen en Jjemoei u met uw eigen werk! Ik heb het altijd goed gedaan. We hebben nooit aanmerkingen gekregen en ...”

Juffrouw van Eisden werd een tikje bleker. De maat was vol, vond ze. Als ze dan met vriendelijkheid niets bereikte, zou ze ’t anders zeggen.

„Dat je tot nu toe geen aanmerkingen hebt gekregen van de gasten, dat zegt niéts. De mensen zijn er misschien te beleefd voor! Maar later zeggen ze tegen hun kennissen en vrienden: ga niet naar dat pension, want het is er een vieze boel.”

Els stampvoette. „Een vieze boel? Hier een vieze boel? U bent niet wys! ’t Is hier keurig! Altijd geweest! U wilt maar bedillen en vitten, dat kunt u! Ik zal blij z\jn, als u weg bent!”

„Ik ook,!’ riep juffrouw van Eisden, „met een brutaal nest, zoals jij, is het geen werken. Inplaats dat je dankbaar bent, omdat ik je iets probeer te leren, sta je brutaal tegen me te schreeuwen! ’t Is een schande! En nu ga ik dadelijk naar je moeder! Ik verdraag geen brutaliteiten van een kind van jouw leeftijd.”

Maar het was niet nodig, dat juffrouw van Eisden naar mevrouw Verschoor ging, want op dit ogenblik kwam Els’ moeder met een angstig gezicht de keuken binnen. Ze had de boze stemmen in de gang gehoord en ze begreep, dat het dreigende onweer was losgebarsten.

„Mevrouw,” zei juffrouw van Eisden, „ik heb beloofd, om u veertien dagen te helpen en dat zal ik doen ook. Ik

Sluiten