Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK VIII

EEN VERDWAALDE TENNISBAL

Els ging handjes geven. Een voor een zei ze de gasten goedendag. De familie de Kooi en de familie van Amstel zou ze niet meer terug zien. De Landsma’s wilden nog langer blijven. Els had heel goed gemerkt, dat het Henri Landsma speet, toen ze vertelde, dat ze een week wegging. Hij scheen het jammer te vinden.

En nu stond Els met haar koffertje en haar fiets bij de voordeur en ze nam afscheid van moeder en vader en Tini.

„Heb je je beurs?” vroeg meneer Verschoor.

Els knikte dankbaar. „Ja Vader, dank u nog wel. Maar ’t is heus te véél en ik zal er zeker van óverhouden.”

„Niet nodig,” zei mevrouw Verschoor. „Je mag gerust platzak thuiskomen.”

Tini keek met jaloerse blikken naar haar oudere zuster. Zij had ook wel mee gewild, maar mevrouw Verschoor had begrepen, dat ze Tini niet mee kon laten gaan. Het zou niet gezellig zijn voor de drie vriendinnen, om het jongere zusje mee te nemen. Meneer Verschoor had beloofd, dat er voor Tini iets anders bedacht zou worden, wanneer Els terug was. Hij had in zijn hoofd, om Tini, met haar moeder, een weekje naar een badplaats te laten gaan.

Els wuifde, ze keek nog eenmaal om naar het pension „de Zonnewijzer”, en toen verdween ze achter de bomen. Helemaal gerust was ze er niet op, dat alles goed zou gaan, maar dat moest ze nu uit haar hoofd zetten. Het af-

Sluiten