Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ÏXS NEEMT UE LElJJlfUx

stoep van het burgemeestershuis. Wim en Miep naaiden ae neisjes binnen en stelden ze voor aan hun moeder. Toeh vertelde Wil, dat ze met haar handen in het haar zat, en lat ze ’t niet wist. Ze kon in zo korte tijd onmogelijk een lardig costuumpje in elkaar flansen. .

„Ik heb wat voor je,” zei Miep, „als je ’t niet vervelend rindt, dat ik het pakje vorig jaar gedragen heb, op de fuif van de tennisclub, ’t Is zo’n cowboy-pak of eigenlijk jen cowgirl-pak. Een leren rok met franje van onderen en jen khakiblouse, een leren gordel en een lasso en dan is er jen hoed bij, met een brede rand. Ga maar mee naar boven,

ian kan je ’t meteen zien.”

„Wat trek jij aan?” vroeg Wil, toen ze boven waren.

„Zeg ik niet,” antwoordde Miep. „Dat zie je vanavond

wel.” , ,

Het costuumpje paste vrij goed, maar er moesten nog

een paar kleinigheden aan veranderd worden. Wil reed er, dolgelukkig, mee terug naar de cantine en Joop ging met Els mee naar de stad.

Ze kochten twee bonte doeken, een aardige, frisse streep voor een rok, schmink, oorringen, een aller-afschuwelijkste halsketting en een paar armbanden, waar nagemaakte geldstukken aan rinkelden. .

Toen zat Els verder de gehele dag in de cantine te pikken en te zwoegen, om haar vermomming op tijd gereed te hebben. De vrouw van dikke Hein hielp wat ze kon en om zes uur was het costuumpje klaar en Els doodmoe.

„Dat gaat vanavond wel over, als je je ziek lacht om mjj,” zei Joop. „Ik ga ’r een knalfuif van maken.”

Sluiten